Voor het maken van een klassieke portemonnee gebruik je meestal leer met een dikte van 1,0 tot 1,6 mm. De buitenkant vraagt om een steviger materiaal (1,2 - 1,6 mm), terwijl je voor de binnenvakjes en voering dunner leer van 0,8 - 1,0 mm gebruikt.
Het kiezen van de juiste materiaaldikte is een van de belangrijkste stappen bij het ontwerpen van lederwaren. Bij portemonnees, waar veel lagen materiaal over elkaar heen vallen, kan een verkeerde keuze leiden tot een log, dik en onhandig eindproduct. De gouden regel binnen leerbewerking luidt dat je voor een klassieke bifold (dubbelgevouwen portemonnee) leer gebruikt met een dikte tussen 1,0 en 1,6 mm. Dit betekent echter niet dat je het hele project uit één stuk van dezelfde dikte maakt. Een professionele aanpak vraagt om variatie in dikte, afhankelijk van de functie van elk afzonderlijk onderdeel. Door deze balans goed te begrijpen, creëer je elegante en functionele accessoires die comfortabel in de broekzak passen.
Waarom vraagt de binnenkant om een andere dikte dan de buitenzijde?
De opbouw van een portemonnee bestaat uit meerdere op elkaar aansluitende lagen. Kijk je naar de dwarsdoorsnede van de rand waar de buitenkant, de binnenbasis en verschillende pasjesvakken samenkomen, dan tel je al snel zes of zeven lagen materiaal. Als je overal leer van 1,6 mm dik zou gebruiken, wordt de rand van de portemonnee al meer dan een centimeter dik nog vóórdat je het eerste pasje erin stopt. Daarom gebruik je voor de buitenkant, die de inhoud moet beschermen en stevigheid aan het geheel geeft, dikker leer – bij voorkeur tussen 1,2 en 1,6 mm. Leer van 1,2 mm dik is een uitstekende keuze die soepelheid combineert met hoge duurzaamheid.
Aan de binnenkant werkt het heel anders. Pasjesvakjes, biljettenvakken en eventuele voeringen worden niet direct blootgesteld aan invloeden van buitenaf. Hun hoofdtaak is het scheiden en stevig op zijn plek houden van de inhoud. Voor deze onderdelen kan rundleer (volnerf) het beste worden uitgedund tot een dikte van 0,8 - 1,0 mm. Deze dikte zorgt ervoor dat de vakjes soepel genoeg zijn om gemakkelijk pasjes in te schuiven, terwijl ze sterk genoeg blijven om bij dagelijks gebruik niet uit te scheuren. Bij meer geavanceerde projecten pas je ook schalmen (skiving) toe: hiermee dun je alleen de buitenste randen af waar de delen op elkaar worden gelijmd en genaaid, terwijl het midden van het leer zijn volledige dikte en stevigheid behoudt.
De invloed van de looimethode op de stevigheid
Dikte is niet de enige factor waar je rekening mee moet houden – minstens zo belangrijk is de stijfheid (temper), die direct voortkomt uit het looiproces. Plantaardig gelooid leer is van nature stijver en compacter dan chroomgelooid leer. Dit betekent dat een portemonnee van plantaardig gelooid leer van 1,2 mm dik zijn vorm aanzienlijk beter behoudt dan een exemplaar van chroomgelooid leer met diezelfde dikte. Chroomgelooid leer is veel soepeler en heeft tussen de lagen vaak extra versteviging nodig (zoals salpa of vlieseline), wat het eindproduct paradoxaal genoeg juist dikker kan maken.
Kies je voor gekleurd, fabrieksmatig afgewerkt leer (zoals Maya of T.Moro), houd er dan rekening mee dat het productieproces zorgt voor een heel specifieke stevigheid. Deze leersoorten zijn over het algemeen matig stevig, wat ze uitermate geschikt maakt voor portemonnees zonder dat je extra verstevigingen hoeft in te bouwen. Deze leersoorten nemen geen extra leerverf of wax meer op. Dat werkt lekker snel, maar vereist wel een nauwkeurige planning van de randafwerking. Met plantaardig gelooid leer weet je bovendien zeker dat de portemonnee na verloop van tijd een prachtig patina ontwikkelt en zich soepel vormt naar het gebruik.
Welke invloed heeft de dikte op randafwerking en naaien?
Een laatste, maar cruciaal aspect bij de keuze van de dikte is de assemblage en afwerking. De totale dikte van alle samengevoegde lagen bepaalt welk gereedschap je nodig hebt. Is de rand te dik, dan kunnen standaard holpijpen of leervorken (bijvoorbeeld met een steekafstand van 3 mm of 4 mm, ideaal voor portemonnees) moeite hebben om loodrecht door het materiaal heen te dringen. Dit gaat direct ten koste van de strakke look van het handmatige stikwerk aan de achterzijde. Een dunnere rand zorgt voor maximale controle tijdens het ponsen. Daarnaast bepaalt de randdikte de maat van je kantenschaaf (voor portemonnees kies je meestal maat #1 of #2). Een te grote kantenschaaf neemt op dun leer te veel materiaal weg, waardoor de stiklijn verzwakt.
Een strakke randafwerking met Tokonole op plantaardig gelooid leer vraagt om een perfect vlakke en gladde rand. Wanneer je meerdere lagen dun leer combineert, moet je extra aandacht besteden aan een vlekkeloze verlijming met contactlijm, zodat de rand na het schuren één massief geheel vormt. Een dunnere leren rand laat zich met polijsthout snel gladwrijven en levert een diepe, glasachtige glans op. Gebruik je echter te dun leer voor de buitenkant (dunner dan 1,0 mm), dan kan de rand te slap zijn om voldoende tegendruk te bieden bij het polijsten.
Maak bij het ontwerpen van een portemonnee altijd even een proefstukje van wat reststukjes leer. Klem een paar lagen droog op elkaar en meet ze na met een schuifmaat. Zo zie je meteen hoe dik het geheel in werkelijkheid wordt. Onthoud: je kunt beter iets dunner leer gebruiken en waar nodig verstevigen, dan moeten worstelen met een stugge, veel te dikke rand die nauwelijks dicht wil vouwen.
Veelgestelde vragen
Hoe kan ik zelf de randen van leer dunner maken?
Voor het handmatig afschuinen of dunner maken van leer (schalmen) gebruik je een vlijmscherp schalmmes of een leerschaafje. Dit vraagt wat oefening en werkt het beste op een harde, gladde ondergrond zoals een glazen of granieten plaat.
Wat gebruik je om soepel leer voor een portemonnee te verstevigen?
Om soepel leer (zoals chroomleer) meer body te geven, verlijm je verstevigingsmateriaal zoals salpa (lederfasermateriaal) of vormvast textielvlies tussen de binnen- en buitenlaag.
Hoeveel pasjes passen er in een bifold portemonnee?
Dat hangt af van het patroon, maar een klassieke bifold met goed uitgedund leer (0,8 - 1,0 mm voor het binnenwerk) biedt doorgaans comfortabel plaats aan 4 tot 8 pasjes zonder zijn slanke vorm te verliezen.
Welke leervork is het meest geschikt voor portemonnees?
Voor fijnere lederwaren zoals portemonnees werken leervorken met een kleinere tandafstand het mooist, meestal met een afstand van 3 mm of 4 mm tussen de steken.
Is leer van 2 mm geschikt voor het maken van een portemonnee?
Leer van 2 mm is over het algemeen te dik voor een standaard bifold portemonnee. Voor een minimalistische pasjeshouder (cardholder) uit een enkele laag kan het echter wél prima werken, mits je de randen zorgvuldig afwerkt.







